Æthelflæd: verschil tussen versies

Verwijderde inhoud Toegevoegde inhoud
JRB (overleg | bijdragen)
Kwik (overleg | bijdragen)
Regel 22: Regel 22:
Vervolgens zond zij militaire expedities uit. In [[916]] stuurde ze een expeditie naar Wales. Deze was gericht tegen het kleine Welshe koninkrijkje [[Brycheiniog|''Brecenanmere'']] (Brecknock, dat mogelijk aan het [[meer van Llangorse]] gelegen was). De expeditie slaagde erin de plaatselijke koningin gevangen te nemen.<ref>''The Anglo-Saxon Chronicle'' MS B MR 916 ({{Aut|S. Taylor}}, 1983, p. [http://books.google.be/books?id=i49Iszv0lSQC&pg=PA50 50]), MS C MR 916 ({{Aut|K. O'Brien O'Keeffe}} (ed.), 2001, p. [http://books.google.be/books?id=Ik7AuGgX3nsC&pg=PA75 75]). {{Aut|T.M. Charles-Edwards}}, Wales and Mercia, 613-918, in {{Aut|M.P. Brown - C.A. Farr}} (edd.), ''Mercia: An Anglo-Saxon Kingdom in Europe'' (''Studies in the Early History of Europe''), Londen, 2001, p. [http://books.google.be/books?id=692KMYcJLO0C&pg=PA104 104]. Voor de identificatie van Brecenanmere met Brecknock, zie: ''s.v.'' Brecenan-mere, in {{Aut|J. Bosworth - T. Northcote Toller}} (edd.), ''An Anglo-Saxon dictionary, based on the manuscript collections of the late Joseph Bosworth'', Londen, 1898, pp. [http://bosworth.ff.cuni.cz/004999 121-122.]</ref> In [[917]] nam zij het op tegen het Deense bolwerk in [[Derby (Engeland)|Derby]] in.<ref>''The Anglo-Saxon Chronicle'' MS B MR 917 ({{Aut|S. Taylor}}, 1983, p. [http://books.google.be/books?id=i49Iszv0lSQC&pg=PA50 50]), MS C MR 917 ({{Aut|K. O'Brien O'Keeffe}} (ed.), 2001, p. [http://books.google.be/books?id=Ik7AuGgX3nsC&pg=PA75 75]), MS D 917 ([http://asc.jebbo.co.uk/d/d-L.html {{Aut|T. Jebson}} (ed.), 1996-2007]).</ref> In [[918]] werd ook [[Leicester (Engeland)|Leicester]] ingenomen.<ref name="MR 918">''The Anglo-Saxon Chronicle'' MS B MR 918 ({{Aut|S. Taylor}}, 1983, p. [http://books.google.be/books?id=i49Iszv0lSQC&pg=PA50 50]), MS C MR 918 ({{Aut|K. O'Brien O'Keeffe}} (ed.), 2001, p. [http://books.google.be/books?id=0pMuKcnGObsC&pg=PA76 76]), MS D 918 ([http://asc.jebbo.co.uk/d/d-L.html {{Aut|T. Jebson}} (ed.), 1996-2007]), Florence van Worcester, ''Chronicon ex Chronicis'' ({{Aut|B. Thorpe}}, I, 1848, p. [http://books.google.be/books?id=CGkNAAAAIAAJ&pg=PA128 128]).</ref>
Vervolgens zond zij militaire expedities uit. In [[916]] stuurde ze een expeditie naar Wales. Deze was gericht tegen het kleine Welshe koninkrijkje [[Brycheiniog|''Brecenanmere'']] (Brecknock, dat mogelijk aan het [[meer van Llangorse]] gelegen was). De expeditie slaagde erin de plaatselijke koningin gevangen te nemen.<ref>''The Anglo-Saxon Chronicle'' MS B MR 916 ({{Aut|S. Taylor}}, 1983, p. [http://books.google.be/books?id=i49Iszv0lSQC&pg=PA50 50]), MS C MR 916 ({{Aut|K. O'Brien O'Keeffe}} (ed.), 2001, p. [http://books.google.be/books?id=Ik7AuGgX3nsC&pg=PA75 75]). {{Aut|T.M. Charles-Edwards}}, Wales and Mercia, 613-918, in {{Aut|M.P. Brown - C.A. Farr}} (edd.), ''Mercia: An Anglo-Saxon Kingdom in Europe'' (''Studies in the Early History of Europe''), Londen, 2001, p. [http://books.google.be/books?id=692KMYcJLO0C&pg=PA104 104]. Voor de identificatie van Brecenanmere met Brecknock, zie: ''s.v.'' Brecenan-mere, in {{Aut|J. Bosworth - T. Northcote Toller}} (edd.), ''An Anglo-Saxon dictionary, based on the manuscript collections of the late Joseph Bosworth'', Londen, 1898, pp. [http://bosworth.ff.cuni.cz/004999 121-122.]</ref> In [[917]] nam zij het op tegen het Deense bolwerk in [[Derby (Engeland)|Derby]] in.<ref>''The Anglo-Saxon Chronicle'' MS B MR 917 ({{Aut|S. Taylor}}, 1983, p. [http://books.google.be/books?id=i49Iszv0lSQC&pg=PA50 50]), MS C MR 917 ({{Aut|K. O'Brien O'Keeffe}} (ed.), 2001, p. [http://books.google.be/books?id=Ik7AuGgX3nsC&pg=PA75 75]), MS D 917 ([http://asc.jebbo.co.uk/d/d-L.html {{Aut|T. Jebson}} (ed.), 1996-2007]).</ref> In [[918]] werd ook [[Leicester (Engeland)|Leicester]] ingenomen.<ref name="MR 918">''The Anglo-Saxon Chronicle'' MS B MR 918 ({{Aut|S. Taylor}}, 1983, p. [http://books.google.be/books?id=i49Iszv0lSQC&pg=PA50 50]), MS C MR 918 ({{Aut|K. O'Brien O'Keeffe}} (ed.), 2001, p. [http://books.google.be/books?id=0pMuKcnGObsC&pg=PA76 76]), MS D 918 ([http://asc.jebbo.co.uk/d/d-L.html {{Aut|T. Jebson}} (ed.), 1996-2007]), Florence van Worcester, ''Chronicon ex Chronicis'' ({{Aut|B. Thorpe}}, I, 1848, p. [http://books.google.be/books?id=CGkNAAAAIAAJ&pg=PA128 128]).</ref>


Æthelflæd verbond zich tegen haar vijanden met haar broer [[Edward de Oudere]], wiens zoon [[Athelstan van Engeland|Æthelstan]] zij aan haar hof opvoedde.<ref>[[Willem van Malmesbury]], ''Gesta Regum Anglorum'' II 133: ''Post haec in curia filiae Ethelfledae et generi Etheredi educandum curaverat; ...''</ref> Samen met haar broer slaagde zij erin de Denen gestaag terug te drijven tot aan de rivier de [[Humber (rivier)|Humber]].<ref>{{Aut|C.E. Challis}} (ed.), ''A New History of the Royal Mint'', Cambridge, 1992, p. [http://books.google.be/books?id=Zz89AAAAIAAJ&pg=PA32 32.]</ref> In 918 beloofde het volk van [[York]] haar hun loyaliteit. Minder dan twee weken voordat de stad York haar trouw zou zweren, stierf Æthelflæd echter in [[Tamworth (district)|Tamworth]].<ref name="MR 918"/> <ref>''The Anglo-Saxon Chronicle'' MS A 918 (in sommige manuscripten wordt haar dood onder 922 geplaatst; [http://asc.jebbo.co.uk/a/a-L.html {{Aut|T. Jebson}} (ed.), 1996-2007])), ''The Anglo-Saxon Chronicle'' MS B MR 918 ({{Aut|S. Taylor}}, 1983, p. [http://books.google.be/books?id=i49Iszv0lSQC&pg=PA50 50]), MS CD 918 ({{Aut|K. O'Brien O'Keeffe}} (ed.), 2001, p. [http://books.google.be/books?id=0pMuKcnGObsC&pg=PA76 76]), MS E 918 ([http://asc.jebbo.co.uk/e/e-L.html {{Aut|T. Jebson}} (ed.), 1996-2007]), Florence van Worcester, ''Chronicon ex Chronicis'' ({{Aut|B. Thorpe}}, I, 1848, p. [http://books.google.be/books?id=CGkNAAAAIAAJ&pg=PA128 128]), ''Annales Cambriae'' MS ABC 918 ({{Aut|J. Williams (Ab Ithel)}}, 1860, p. [http://books.google.be/books?id=SSgJAAAAIAAJ&hl=nl&pg=PA17 17]), Willem van Malmesbury, ''Gesta Regum Anglorum'' II 125: ''Decessit ante germanum quinquennio, ...''.</ref> Zij werd begraven in de Sint-Pieterskerk (nu de priorij van Sint-Oswald) in [[Gloucester]],<ref>''The Anglo-Saxon Chronicle'' MS B MR 918 ({{Aut|S. Taylor}}, 1983, p. [http://books.google.be/books?id=i49Iszv0lSQC&pg=PA50 50]), MS CD 918 ({{Aut|K. O'Brien O'Keeffe}} (ed.), 2001, p. [http://books.google.be/books?id=0pMuKcnGObsC&pg=PA76 76]), Æthelweard, ''Chronica'' IV 4 (918) ({{Aut|A. Campbell}}, 1962, pp. [http://www.patriotfiles.com/index.php?name=Sections&req=viewarticle&artid=9087&allpages=1&theme=Printer 48-51].), Willem van Malmesbury, ''Gesta Regum Anglorum'' II 125: ''..., sepultaque in monasterio sancti Petri Gloecestræ, ...''.</ref> een stad die ze op de de Romeinse ruïnes opnieuw had opgebouwd, en waarvan ze de voornaamste lijnen van het stratenplan had opgesteld. Dit stratenplan is tot op de dag van vandaag bewaard gebleven.
Æthelflæd verbond zich tegen haar vijanden met haar broer [[Edward de Oudere]], wiens zoon [[Athelstan van Engeland|Æthelstan]] zij aan haar hof opvoedde.<ref>[[Willem van Malmesbury]], ''Gesta Regum Anglorum'' II 133: ''Post haec in curia filiae Ethelfledae et generi Etheredi educandum curaverat; ...''</ref> Samen met haar broer slaagde zij erin de Denen gestaag terug te drijven tot aan de rivier de [[Humber (rivier)|Humber]].<ref>{{Aut|C.E. Challis}} (ed.), ''A New History of the Royal Mint'', Cambridge, 1992, p. [http://books.google.be/books?id=Zz89AAAAIAAJ&pg=PA32 32.]</ref> In 918 beloofde het volk van [[York (Engeland)|York]] haar hun loyaliteit. Minder dan twee weken voordat de stad York haar trouw zou zweren, stierf Æthelflæd echter in [[Tamworth (district)|Tamworth]].<ref name="MR 918"/> <ref>''The Anglo-Saxon Chronicle'' MS A 918 (in sommige manuscripten wordt haar dood onder 922 geplaatst; [http://asc.jebbo.co.uk/a/a-L.html {{Aut|T. Jebson}} (ed.), 1996-2007])), ''The Anglo-Saxon Chronicle'' MS B MR 918 ({{Aut|S. Taylor}}, 1983, p. [http://books.google.be/books?id=i49Iszv0lSQC&pg=PA50 50]), MS CD 918 ({{Aut|K. O'Brien O'Keeffe}} (ed.), 2001, p. [http://books.google.be/books?id=0pMuKcnGObsC&pg=PA76 76]), MS E 918 ([http://asc.jebbo.co.uk/e/e-L.html {{Aut|T. Jebson}} (ed.), 1996-2007]), Florence van Worcester, ''Chronicon ex Chronicis'' ({{Aut|B. Thorpe}}, I, 1848, p. [http://books.google.be/books?id=CGkNAAAAIAAJ&pg=PA128 128]), ''Annales Cambriae'' MS ABC 918 ({{Aut|J. Williams (Ab Ithel)}}, 1860, p. [http://books.google.be/books?id=SSgJAAAAIAAJ&hl=nl&pg=PA17 17]), Willem van Malmesbury, ''Gesta Regum Anglorum'' II 125: ''Decessit ante germanum quinquennio, ...''.</ref> Zij werd begraven in de Sint-Pieterskerk (nu de priorij van Sint-Oswald) in [[Gloucester]],<ref>''The Anglo-Saxon Chronicle'' MS B MR 918 ({{Aut|S. Taylor}}, 1983, p. [http://books.google.be/books?id=i49Iszv0lSQC&pg=PA50 50]), MS CD 918 ({{Aut|K. O'Brien O'Keeffe}} (ed.), 2001, p. [http://books.google.be/books?id=0pMuKcnGObsC&pg=PA76 76]), Æthelweard, ''Chronica'' IV 4 (918) ({{Aut|A. Campbell}}, 1962, pp. [http://www.patriotfiles.com/index.php?name=Sections&req=viewarticle&artid=9087&allpages=1&theme=Printer 48-51].), Willem van Malmesbury, ''Gesta Regum Anglorum'' II 125: ''..., sepultaque in monasterio sancti Petri Gloecestræ, ...''.</ref> een stad die ze op de de Romeinse ruïnes opnieuw had opgebouwd, en waarvan ze de voornaamste lijnen van het stratenplan had opgesteld. Dit stratenplan is tot op de dag van vandaag bewaard gebleven.


Na haar dood gaf haar broer Edward de Oudere munten uit met buitengewone ontwerpen op de [[keerzijde]]. Sommige onderzoekers stellen dat deze muntslagen bestemd waren voor circulatie in het deel van Mercia dat onder het bewind van Edward en zijn zuster stond, waarbij het ontwerp van de munten mogelijk op de invloed van Æthelflæd wijst.<ref>{{Aut|N.J. Higham - D.H. Hill}} (edd.), ''Edward the Elder, 899-924'', Londen - New York, 2001, pp. [http://books.google.be/books?id=gVyUEZ3RlnEC&pg=PA67 67], [http://books.google.be/books?id=gVyUEZ3RlnEC&pg=PA73 73].</ref>
Na haar dood gaf haar broer Edward de Oudere munten uit met buitengewone ontwerpen op de [[keerzijde]]. Sommige onderzoekers stellen dat deze muntslagen bestemd waren voor circulatie in het deel van Mercia dat onder het bewind van Edward en zijn zuster stond, waarbij het ontwerp van de munten mogelijk op de invloed van Æthelflæd wijst.<ref>{{Aut|N.J. Higham - D.H. Hill}} (edd.), ''Edward the Elder, 899-924'', Londen - New York, 2001, pp. [http://books.google.be/books?id=gVyUEZ3RlnEC&pg=PA67 67], [http://books.google.be/books?id=gVyUEZ3RlnEC&pg=PA73 73].</ref>

Versie van 9 feb 2013 20:09

Dit artikel is voorgedragen als etalageartikel. Aangemelde gebruikers kunnen gedurende één maand hun stem uitbrengen.
Afbeelding van Æthelflæd (The Cartulary And Customs Of Abingdon Abbey, ca. 1190). Onduidelijk is of de afbeelding Æthelflæd echt voorstelt of ontsproten is aan de fantasie van de maker van deze afbeelding.

Æthelflæd (Oudengels: Æðelflæd,[1] 869/870918[2]) was de oudste dochter van koning Alfred de Grote van Wessex, en zijn echtgenote Ealhswith. Ze was de echtgenote van Æthelred II, ealdorman van Mercia, en, na zijn dood, heerseres van Mercia (911–918). De Angelsaksische Kroniek geeft haar de titel van "Vrouwe der Mercianen" (Myrcna hlæfdige).[3]

Biografie

Jeugd & huwelijk

Æthelflæd wordt vermeld door koning Alfreds biograaf Asser, die haar het eerstgeboren kind van Alfred en Ealhswith noemt en een zuster van Eduard, Æthelgifu, Ælfthryth en Æthelweard.[4] Toen hij dit schreef, rond het jaar 890, was ze reeds getrouwd met Æthelred, toen ealdorman van Mercia.[5]

Ze hadden een dochter, Ælfwynn.[6]

Mercia en de Vikingen

Kaart van Engeland in 886, waarop Mercia, Wessex, en de door Deense Vikingen veroverde gebieden te zien zijn

Tijdens een onafgebroken campagne van herhaaldelijke aanvallen tussen 865 en 878 liepen de Deense Vikingen het merendeel van de Engelse koninkrijken zoals Northumbria, Oost-Mercia en East Anglia onder de voet. Ook het Koninkrijk Wessex werd in zijn voortbestaan bedreigd.[7] Tegen 937 waren Alfred de Grote en zijn nazaten er echter in geslaagd deze koninkrijken op de Denen te heroveren.[8] Hierbij was het belangrijk dat Alfred zich voor de ontvangen steun en hulp uit Mercia erkentelijk toonde.

In plaats van de heerschappij van Wessex over Mercia op een verovering te doen lijken, liet Alfred zijn dochter Æthelflæd met Æthelred van Mercia trouwen. Hij gaf zijn nieuwe schoonzoon de titel van ealdorman van Mercia. Op deze manier liet hij Mercia een zekere mate van autonomie. Aangezien het merendeel van West-Mercia nooit onder de controle van de Denen had gestaan en dus niet echt verzwakt was, was dit een verstandige zet. Verdere omzichtigheid voor de Merciaanse gevoelens bleef geboden nadat de twee koninkrijken uiteindelijk tot één koninkrijk werden samengevoegd; de nieuwe naam werd niet Wessex of Groot-Wessex, maar Engeland. De term Angelsaksisch gaat dus terug tot koning Alfreds diplomatieke manier om de Mercianen, Angelen en Saksen in een koninkrijk te integreren.

Vrouwe der Mercianen (911–918)

Ook toen haar man nog in leven was, tekende Æthelflæd reeds overeenkomsten, wat sommigen doet vermoeden dat zij de werkelijke leider was.[9] Na het overlijden van haar echtgenoot, die de dood vond in de slag bij Tettenhall, werd Æthelflæd verheven tot "Vrouwe van de Mercianen".[3] Deze titel was niet alleen nominale positie; Æthelflæd bleek en een krachtige militaire leider en een goed tacticus. Volgens de Anglo-Saxon Chronicle regeerde zij ongeveer acht jaar.[10]

De gebeurtenissen die tijdens haar bewind plaatsgevonden zijn het best vastgelegd in de Abingdon-versie van de Anglo-Saxon Chronicle (MS B-C). De bron voor dit alles is het zogenaamde Mercian Register (MR).[11] Haar eerste regeringsdaden lijken voornamelijk uit het bouwen van burhs te hebben bestaan:[12] in Bremesbyrig (910, plaats onbekend),[13] Scergeate (912, plaats onbekend) en Bricge (912, Bridgnorth),[14] Tamaweorðige (913, Tamworth) en Stæfforda (913, Stafford),[15] Eadesbyrig (914, Eddisbury) en Wæringwicum (914, Warwick),[16] Cyricbyrig (915, Chirbury), Weardbyrig (915, plaats onbekend) en Rumcofan (915, Runcorn).[17]

Vervolgens zond zij militaire expedities uit. In 916 stuurde ze een expeditie naar Wales. Deze was gericht tegen het kleine Welshe koninkrijkje Brecenanmere (Brecknock, dat mogelijk aan het meer van Llangorse gelegen was). De expeditie slaagde erin de plaatselijke koningin gevangen te nemen.[18] In 917 nam zij het op tegen het Deense bolwerk in Derby in.[19] In 918 werd ook Leicester ingenomen.[20]

Æthelflæd verbond zich tegen haar vijanden met haar broer Edward de Oudere, wiens zoon Æthelstan zij aan haar hof opvoedde.[21] Samen met haar broer slaagde zij erin de Denen gestaag terug te drijven tot aan de rivier de Humber.[22] In 918 beloofde het volk van York haar hun loyaliteit. Minder dan twee weken voordat de stad York haar trouw zou zweren, stierf Æthelflæd echter in Tamworth.[20] [23] Zij werd begraven in de Sint-Pieterskerk (nu de priorij van Sint-Oswald) in Gloucester,[24] een stad die ze op de de Romeinse ruïnes opnieuw had opgebouwd, en waarvan ze de voornaamste lijnen van het stratenplan had opgesteld. Dit stratenplan is tot op de dag van vandaag bewaard gebleven.

Na haar dood gaf haar broer Edward de Oudere munten uit met buitengewone ontwerpen op de keerzijde. Sommige onderzoekers stellen dat deze muntslagen bestemd waren voor circulatie in het deel van Mercia dat onder het bewind van Edward en zijn zuster stond, waarbij het ontwerp van de munten mogelijk op de invloed van Æthelflæd wijst.[25]

Ælfwynn

Het gezag over Mercia ging na Æthelflæds dood over op haar nog jonge dochter Ælfwynn.[26] Kroniekschrijvers hebben Ælfwynns recht op de troon zo precies opgetekend dat er geen enkele twijfel kan bestaan over haar aanspraak hierop; dit feit geldt als bewijs dat, in tegenstelling tot wat gebruikelijk was bij andere Germaanse volkeren, het soevereine gezag onder de Angelsaksen op een vrouw kon overgaan.[27]

Ælfwynn werd echter gedwongen zich te onderwerpen aan haar oom (de broer van haar moeder), koning Edward de Oudere van Wessex.[26] De opvolging van Edward de Oudere vormde de afronding van de vereniging van de twee voorheen afzonderlijke koninkrijken van Wessex en Mercia en geeft enig inzicht in het ontstaan ​​van een eengemaakt Engeland.

Standbeeld van Æthelflæd (Tamworth Castle).Onduidelijk is of dit standbeeld Æthelflæd echt voorstelt of ontsproten is aan de fantasie van de maker ervan.

In dit geval werd de zwakkere erfgenaam echter gedwongen toe te geven aan een krachtigere tegenstander, en een van wie men geen vijandschap zou hebben moeten vrezen. Ælfwynn werd in 919, drie weken voor Kerstmis, door haar oom Edward - die met succes oorlog aan het voeren was tegen de Denen - gevankelijk naar Wessex weggevoerd. Vanaf dat moment is er vanuit de geschiedwerken niets bekend over haar lot. Het lijkt erop dat ze de rest van haar leven in een nonnenklooster heeft doorgebracht.

Æthelflæd in de kunst en cultuur

Beelden en installaties

In 1913 werd een aan Æthelflæd gewijd standbeeld buiten bij Tamworth Castle opgericht.[28] Æthelflæd wordt in Judy Chicago's installatie The Dinner Party (1974-1979) opgevoerd als een van de 999 namen op de Heritage Floor.[29] In 1990 werd een in 1979 reeds ontworpen beeld van Æthelflæd in een hoek van de Leicester Guildhall geplaatst. Dit beeld was gebaseerd op de oudere, verdwenen Ethelfledafontein.[30]

Boeken

Æthelflæd wordt in verschillende historische romans als personage opgevoerd. Zo gaat Rebecca Tingles The Edge on the Sword (1995) over de 15-jarige Æthelflæd. Daarnaast duikt ze als hoofdpersonage op in Haley Elizabeth Garwoods Swords Across the Thames (1999) en in Penny Inghams Lady Of The Mercians (2004), heruitgegeven als The King's Daughter (2010). Een gefictionaliseerde versie van Æthelflæd komt voor in Bernard Cornwalls boeken Sword Song (2007) en The Burning Land (2009). Chris Kirwans Shadowers Crossing (2008) gaat over Æthelflæds fortificatie van Rumcofan (915, Runcorn).

Vernoemingen

Sinds 1994 is een van de kraters op Venus naar haar vernoemd.[31]

Externe link